Kinderen en jongeren: positieve kracht

Paul Sikkema

“De media leggen veel nadruk op de economisch situatie. Het gaat steeds over de crisis, bezuinigingen, negatieve aspecten. Laten we ons meer op de positieve dingen en op de toekomst richten!”
Jongen, 25 jaar, werkend.
 

In mei 2012 is het boek ‘Kinderen en jongeren: positieve kracht’ verschenen.

Het is de publieksversie van het onderzoek Jongeren 2011. De resultaten van het onderzoek zijn uitgebreid geanalyseerd en aangevuld met foto’s die speciaal voor het boek zijn gemaakt.

Jongeren 2011 is de 11e editie van het Jongerenonderzoek. Net als in voorgaande jaren hebben ruim 4.000 kinderen en jongeren van 6 t/m 29 jaar meegedaan (representatief voor de populatie).
In het onderzoek komen veel verschillende onderwerpen aan bod, waaronder: school, werk, inkomsten en uitgaven, mediagebruik (heel uitgebreid), vrije tijd, muziek, favoriete merken en maatschappelijke betrokkenheid.

Huishoudens worden steeds digitaler

Uit het onderzoek blijkt onder meer dat kinderen en jongeren over steeds meer apparaten beschikken waarmee ze op internet kunnen. Denk aan smartphones, tablets, laptops, gameconsoles, televisies, servers en noem maar op. We hebben dit jaar voor het eerst gemeten hoe het precies zit met de penetratie van dit soort apparaten. Daardoor kunnen we per huishouden precies vaststellen hoe digitaal het is en wat de gevolgen daarvan zijn voor de kinderen en jongeren die in zo’n huishouden opgroeien.

Tim van 10, bijvoorbeeld, woont bij zijn ouders en heeft twee broers. Samen hebben ze, als Tim niets vergeten is, 28 werkende apparaten, waaronder 7 televisies en 6 mobiele telefoons. De huishoudens in deze leeftijdscategorie hebben gemiddeld meer dan 3 computers. 54% beschikt over een WiFi netwerk.

Intensief gebruik van media en communicatiemiddelen

Al die apparaten stellen kinderen en jongeren in staat om intensief met elkaar te communiceren en volop gebruik te maken van verschillende media.

De onderlinge communicatie heeft een enorme impuls gekregen door de komst van applicaties zoals Twitter en WhatsApp. Een citaat over WhatsApp:

“Ik maak iedere dag zeker 50 keer iets mee waarover ik met iemand wil praten. Daar voer je dan een gesprek over. Ik druk zeker 1000 keer per dag op enter. Misschien wel 2000 keer!”
Meisje, bovenbouw middelbare school.

De leeftijdscategorie waartoe dit meisje behoort, 15 t/m 19 jaar, is koploper als het gaat om mediagebruik en communicatie. Zij zijn er per dag 5½ uur actief mee bezig. Dat is ruim een kwartier meer dan in 2009. De meeste tijd gaat op aan internet (ruim 2 uur per dag). TV is goede tweede met 78 minuten per dag. Gamen komt op de derde plaats met 47 minuten per dag, 9 minuten meer dan in 2009.

De verjonging zet door; van de 6 t/m 9 jarigen is 23% al minimaal één keer per week actief op sociale media. Verder worden de onderlinge contacten via internet gevarieerder. Door de toename van beschikbare applicaties kunnen kinderen en jongeren kiezen waar ze wel en niet gebruik van willen maken:

“Mijn vrienden en ik doen bijna niets meer met Facebook. Dat komt door Twitter.”
Jongen, bovenbouw middelbare school.

Inkomsten dalen licht; minder geld aan ‘uitgaan’

Kinderen en jongeren hebben samen een netto inkomen van ruim 30 miljard euro. In 2009 was dat 31 miljard euro. De jongste leeftijdsgroepen (tot en met 14 jaar) zijn er behoorlijk op vooruit gegaan, jongeren vanaf 15 jaar hebben enkele procenten minder te besteden.

Wat opvalt is dat er minder geld wordt uitgegeven aan uitgaan. Ook daalt het percentage jongeren dat geld uitgeeft aan muziek heel sterk. Meer geld wordt uitgegeven aan mobiele telefonie en aan allerlei digitale dingen zoals credits, upgrades voor online platforms en apps.

Van de 25 t/m 29 jarigen woont 20% nog (of weer) thuis

Uit eerdere edities van het Jongerenonderzoek wisten we al dat jongeren steeds langer thuis bij hun ouders blijven wonen. Daar liggen verschillende redenen aan ten grondslag. Ze hebben het thuis vaak naar hun zin. Ze studeren vaak in de nabije omgeving. Ze kunnen met hun OV kaart overal naartoe. Goede en goedkope woonruimte is vaak moeilijk te vinden. En het is natuurlijk gemakkelijk; er wordt voor je gekookt en je was wordt gedaan.

Inmiddels signaleren we dat er steeds meer jongeren zijn die weer thuis bij hun ouders gaan wonen, bijvoorbeeld als ze hun studie hebben afgerond of als een relatie op niets is uitgelopen. Uit Jongeren 2011 blijkt dat 20% van de oudste ondervraagden (25 t/m 29 jaar) nog of weer thuis bij zijn of haar ouders woont. Dat neemt wel wat af naarmate ze ouder worden, maar ook onder 29-jarigen is dat nog ruim 10%.

Positieve kracht

Uit het onderzoek blijkt, tot slot, dat veel jongeren zich storen aan de negatieve sfeer op tal van terreinen. Ook praten we te veel over meningsverschillen en tegenstellingen. Tussen politieke stromingen, bevolkingsgroepen, landen, rassen. Dat is zonder twijfel de politieke realiteit, maar die staat ver af van een generatie die via digitale media intensiever contact met elkaar heeft dan ooit. Die juist bezig is met samenwerken. Die, over het geheel genomen, veel ambities heeft en veel vertrouwen in de eigen, persoonlijke toekomst.

Het wachten is op maatschappelijke leiders die deze positieve energie, die versterkt wordt door de digitale ontwikkelingen, vrij maken en benutten voor het aanpakken van de maatschappelijke onderwerpen die momenteel om een oplossing vragen.

lijn

Nieuws

bestel nu boek
Ook bestelbaar
lijn
  • Updates
  • Data en analyses
  • Presentaties
  • Workshops

neem contact met ons op

4 6 2 5 3 1