De opzet van het onderzoek 'Jongeren'
Hoe is het onderzoek ontstaan?
Het Jongerenonderzoek is ontstaan uit een fusie van twee andere onderzoeken: het Nationaal Onderzoek Jongerenbladen (NOJ) en het onderzoek 'Jeugd'.
Het NOJ is opgezet door uitgeverij VNU. In 1976 is de eerste editie uitgevoerd. Daarmee was VNU er vroeg bij, want de jongerenmarkt is in Nederland pas eind jaren zestig, begin jaren zeventig ontstaan. Het onderzoek ging vooral over het mediagebruik van 6 t/m 19-jarigen. Die lazen toen bladen als Muziek Express, Popfoto en Eppo. Donald Duck, Kijk en Tina verschenen ook al.
Het onderzoek 'Jeugd' is opgezet door Paul Sikkema bij het onderzoeksbureau Inter/View. In 1986 is het onderzoek voor het eerst uitgevoerd. Bij dit onderzoek lag de nadruk op 'lifestyle': mode, muziek, activiteiten, normen en waarden, subculturen. Het onderzoek had betrekking op 12 t/m 24-jarigen.
In 1991 zijn beide onderzoeken in elkaar geschoven. Zo ontstond een omvangrijk onderzoek onder 6 t/m 24-jarigen. De naam van het onderzoek werd 'Jongeren'.
In 2005 is voor het eerst de leeftijdsgroep 25 t/m 29 jaar toegevoegd. In 2007 is het onderzoek uitgebreid met de groep van 0 t/m 5 jaar. In 2009 is het onderzoek uitgevoerd onder kinderen en jongeren van 6 t/m 29 jaar en ouders van kinderen van 0 t/m 9 jaar (die vooral vragen hebben beantwoord over hun kinderen).
Nogal wat vragen zijn gelijk gebleven aan de oorspronkelijke vragen uit 1976 en 1986. Daardoor kunnen we over een lange periode vergelijken en conclusies trekken.
Hoe wordt het onderzoek momenteel uitgevoerd?
Het Jongerenonderzoek wordt iedere twee jaar uitgevoerd en gepubliceerd. Met ingang van 2008 is het onderzoek in het tussenliggende jaar geactualiseerd door middel van een update.
'Jongeren' is een kwalitatief hoogwaardig onderzoek. Veel aandacht wordt besteed aan de methodisch-technische aspecten van het project. Iedere editie wordt begeleid door een Technische Commissie; sinds 2003 staat deze onder leiding van Prof. Dr. Tom ter Bogt (faculteit Sociale Wetenschappen, Universiteit van Utrecht).
De nadruk ligt op fundamentele ontwikkelingen in de leefwereld van kinderen en jongeren. De hypes, die de kinder- en jongerenmarkt 'teisteren', worden door middel van andere onderzoeksprojecten van Qrius in beeld gebracht.
Vroeger werd de vragenlijst afgenomen door enquêteurs, die kinderen en jongeren thuis bezochten. Dat is niet meer mogelijk en ook niet meer nodig. Tegenwoordig wordt het project geheel online uitgevoerd. In aanvulling op het kwantitatieve gedeelte heeft 'Jongeren' ook een kwalitatief gedeelte, dat bedoeld is ter verdieping. Dit gedeelte bestaat uit groepsdiscussies met kinderen en jongeren.
'Jongeren' wordt door verschillende bedrijven en instellingen betaald. De resultaten worden breed verspreid, onder meer via een boekje. Het onderzoek is uitgegroeid tot één van de belangrijkste bronnen van informatie over kinderen en jongeren in Nederland.









